Abstract
Anderhalf jaar na de decentralisatie van de langdurige zorg via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz) trekt de rook op en wordt het mogelijk om beter te kijken naar een beladen transitie waar veel, heel veel, van werd verwacht. Doel van de decentrale organisatie is om gemeenten en zorgaanbieders beter in staat te stellen effectiever en kostenefficiënt problemen en oplossingen te identificeren. Daarnaast zou de decentralisatie zelfredzaamheid, mantelzorg en vrijwilligerswerk bevorderen en de behoefte aan formele zorg verminderen. De beoogde kostenbesparing is daarbij door de rijksoverheid gestimuleerd door een reductie van 25 % van het gemeentelijk Wmo-budget.