Abstract
In 2012 werd er een eigen bijdrage ingevoerd voor de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Wie gebruik wilde maken van deze zorg moest 200 euro betalen, bovenop het eigen risico. In 2013 werd deze eigen bijdrage weer afgeschaft. Dit artikel onderzoekt het effect hiervan op het GGZ-gebruik, op basis van claimdata van één Nederlandse verzekeraar via een difference-in-differences-analyse. Het aantal maandelijks gestarte GGZ-behandelingen voor volwassenen daalde in 2012 met 35 procent ten opzichte van 2011, terwijl dit voor minderjarigen stabiel bleef. De daling concentreerde zich bij kortdurende behandelingen en onbekende diagnoses. Sociaal-economische status bleek geen significante moderator van de prijsgevoeligheid. Na afschaffing van de eigen bijdrage in 2013 keerde het gebruik niet terug naar het oude niveau, mede door de gelijktijdige verhoging van het verplichte eigen risico.