Ga naar de content
Terug naar resultaten
Zorggebruik (Onderzoeks)rapport

Health disparities across the lifespan: Meaning, methods, and mechanisms

Abstract

Sociaaleconomische verschillen in zorgkosten en de rol van sport en bewegen voor de gemeenten Amsterdam en Rotterdam De gemeenten Amsterdam en Rotterdam hebben de ambitie om sociaaleconomische verschillen in gezondheid en zorgkosten te verkleinen. Er bestaat echter nog weinig inzicht in de verschillen de onderlinge relatie tussen zorgkosten, gezondheid en vooral sporten beweeggedrag op buurtniveau en voor deze specifieke steden. Het doel van dit onderzoek is om de zorgkosten voor alle buurten inzichtelijk te maken en te vergelijken, zowel onderling als met landelijke cijfers, met een specifieke focus op de relatie met sociaaleconomische status van buurten en sporten beweeggedrag. Dit onderzoek gaat over 2019 en laat zien dat er op buurtniveau een sterke sociaaleconomische gradiënt in zorgkosten is in Nederland. In 2019 hadden de 10% meest welvarende buurten gemiddeld ruim €1.000 zorgkosten per persoon minder dan de 10% minst welvarende buurten (€2.134 om €3.258). Om een eerlijkere vergelijking te maken, is in het onderzoek gewerkt met “relatieve zorgkosten”. Hierbij worden de werkelijke zorgkosten van een buurt vergeleken met wat verwacht mag worden op basis van de bevolkingsopbouw (leeftijd en geslacht). Dit omdat oudere inwoners bijvoorbeeld gemiddeld hogere zorgkosten hebben. Na deze correctie hadden de meest welvarende buurten gemiddeld €451 lagere kosten dan verwacht, en de minst welvarende buurten €578 hogere kosten. Samenvatting 4 Een nog preciezere vergelijking is mogelijk door te kijken naar “relatieve zorgkosten ten opzichte van hetzelfde SES-deciel”. Hierbij worden buurten vergeleken met sociaaleconomisch vergelijkbare buurten elders in Nederland. Nederland is hiervoor ingedeeld in 10 groepen (SES-decielen) die elk 10% van de bevolking omvatten, van minst welvarend tot meest welvarend. Dit maakt het vergelijken van zowel zeer verschillende als vergelijkbare buurten gemakkelijker. Voor sporten beweeggedrag is ook een duidelijke sociaaleconomische gradiënt zichtbaar. In grote lijnen wordt in meer welvarende buurten meer gesport en bewogen. Zo voldoet in de meest welvarende buurten 54% aan de beweegrichtlijn tegen 46% in de minst welvarende buurten. Bij wekelijks sporten is het verschil nog groter (59% om 39%), evenals bij lidmaatschap van sportverenigingen (27% om 12%). Uit (regressie)analyses blijkt dat, naast SES ook sport en bewegen de verschillen in relatieve zorgkosten tussen buurten goed kunnen verklaren. Buurten waar 1%-punt meer inwoners voldoen aan de beweegrichtlijnen hebben gemiddeld bijna €8 lagere relatieve zorgkosten per persoon. Voor wekelijks sporten is dit effect nog sterker: buurten met 1%-punt meer wekelijkse sporters hebben ruim €9 lagere zorgkosten per inwoner. In dit model ook andere factoren, zoals stedelijkheid, opgenomen. Samenvatting 5 Een opvallend en nieuw inzicht is dat de effecten van sporten beweeggedrag verschillen op de relatieve zorgkosten per sociaaleconomische groep: sportdeelname lijkt vooral

Recent toegevoegd

  • Alle artikelen

    Heb je tijd om een paar korte vragen te beantwoorden?

    De antwoorden worden gebruikt om de Kennishub te evalueren. Door de vragenlijst in te vullen geef je toestemming om je antwoorden te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek.

    This field is for validation purposes and should be left unchanged.
    Bij wat voor organisatie werk je?

    Wat is je functie?

    Wat is de reden voor je bezoek aan deze Kennishub?

    Met het invullen van je e-mailadres geef je toestemming om dit e-mailadres te verwerken en je te mogen benaderen voor een interview. Lees de privacyverklaring voor meer informatie over het verwerken van gegevens. Voor vragen kun je contact opnemen met Marente Mol (marente.mol@rivm.nl).