Abstract
In Nederland wonen bijna 1 miljoen moslims die, als eersteof tweedegeneratiemigrant, een verhoogde kans hebben op psychiatrische problematiek. Er zijn problemen in de aansluiting bij de reguliere ggz vanwege cultuurverschillen. Met dit essay willen de auteurs hulpverleners ondersteunen in het bieden van passende zorg aan moslims in Nederland. Het thema wordt beschouwd aan de hand van eigen ervaringen en zowel Nederlands als internationaal onderzoek. Nederlandse moslims hanteren zowel biopsychosociale als religieuze verklaringen voor psychische klachten. Psychische klachten kunnen worden gezien als een beproeving van Allah, wat geduld en kracht vraagt. Allah kan worden gezien als degene die zorgt voor genezing. Het geloof is een bron van steun en is vaak de eerste stap in het hulpzoekgedrag: bijvoorbeeld met rokya (reciteren van Koranteksten). Het gevoel problemen alleen te moeten oplossen en ervaren taboe vormen een drempel om gebruik te maken van de reguliere hulpverlening. Voor de meeste praktiserende moslims zal het geloof een belangrijke rol spelen in ziektebeleving en hulpzoekgedrag. Voor een goede behandelrelatie is het belangrijk om samen met de patiënt te onderzoeken welke verklaringen de patiënt heeft voor de klachten en welke rol het geloof speelt.