Abstract
Onderzoek naar gezondheidszorg benadrukt de effectiviteit van cultuurspecifieke diensten bij het verbeteren van de toegang voor migranten. De kritiek hierop is dat dit model onpraktisch is in verband met de superdiversiteit van de hedendaagse migrantenpopulaties. In plaats daarvan pleiten critici voor ‘diversity-mainstreaming’ van generieke diensten. Dit artikel stelt dat een bestuurskundige insteek een tussenweg biedt tussen generieke en specifieke dienstmodellen. De analyse, gebaseerd op kwalitatieve bevindingen uit twee Nederlandse gemeenten na de decentralisatiehervormingen van 2015, laat zien dat cultuurspecifieke diensten fungeren als belangrijke toegangspunten naar andere vormen van zorg en ondersteuning. Hoewel deze diensten de toegankelijkheid vergroten, blijft het aanbieden van specifieke diensten voor alle migrantengroepen in superdiverse contexten een praktische uitdaging. Door de cliëntenpopulatie van cultuurspecifieke diensten te onderzoeken stelt deze studie voor dat beleidsmakers superdiversiteit kunnen benutten als een hulpmiddel bij het ontwerpen van inclusieve diensten. Door gebruik te maken van ‘lokale kennis’ over gedeelde migratie-gerelateerde kenmerken onder de populatie kunnen beleidsmakers doelgroepen construeren die hen in staat stellen om maatwerk te leveren in de vorm van diversiteit-specifieke diensten. Deze benadering maakt de ontwikkeling van een toegankelijk zorglandschap dat effectief inspeelt op de behoeften van migranten mogelijk, zelfs in superdiverse omgevingen.