Abstract
Achtergrond: In Nederland wordt de ggz-zorgconsumptie gekenmerkt door een sterke sociale gradiënt, in tegenstelling tot de medisch-specialistische zorg. Doel: Een fijnmaziger analyse van deze sociale gradiënt in relatie tot type zorg, diagnose en kostenparameter. Methode: Analyse van Vektisdata en sociaal-economische CBS-data op PC4-niveau. Resultaten: De ggz vertoonde een sterke sociaal-economische gradiënt, met 25% tot 350% verschil in zowel zorgconsumptie als behandelprevalentie tussen de minst en meest gedepriveerde PC4-gebieden. Toenemende PC4-sociaal-economische deprivatie ging gepaard met een toename in complexe zorg ten opzichte van niet-complexe zorg, van klinische behandeling ten opzichte van ambulante behandeling, en van behandeling van ernstige psychische aandoeningen ten opzichte van minder ernstige problematiek. De sociale gradiënt was niet voorspellend voor brede gemeentelijke variatie in de mate van de – gemiddeld zwakke – samenhang tussen ggz en sociale zorg. Conclusie: Psychische en sociale problematiek gaan hand in hand, maar de samenhang tussen psychische zorg en sociale zorg is beperkt en zeer heterogeen.